Tegenstrijdige discussie over het thema « Euregio » in de Universiteit Maastricht
Maastricht, 30/03/2006
De Stichting Euregio Maas-Rijn met zetel in Maastricht bestaat reeds 30 jaar. Tijdens deze 30 jaar werd de grensoverschrijdende samenwerking systematisch bevorderd wat de inwoners van de vijf partnerregio’s ten goede kwam. Toch wordt over de organisatie en de resultaten van de Euregio Maas-Rijn soms tegenstrijdig gediscussieerd. “Euregio: feit of fictie?” luidde de titel van een business meeting op 30 maart 2006 in de Universiteit Maastricht waar zes persoonlijkheden uit de Euregio Maas-Rijn hun gedeeltelijk verschillende meningen over het thema Euregio prijsgaven.
Ulrich Daldrup, voorzitter van de Business Club Aachen Maastricht, betreurde dat de Euregio Maas-Rijn er in 30 jaar niet in geslaagd is een saamhorigheidsgevoel onder zijn inwoners op te bouwen. “De Euregio heeft geen gemeenschappelijk optreden; uiteindelijk concentreert iedere partnerregio zich op zichzelf” aldus Daldrup. Karl-Heinz Lambertz, ministerpresident van de Duitstalige gemeenschap van België en lid van het Euregio-bestuur, betwijfelde eveneens het bestaan van een euregionaal bewustzijn of van een euregionale identiteit: “Behalve een paar uitzonderingen ken ik niemand die zichzelf een Euregiaan noemt.” Er moet echter de (retorische) vraag gesteld worden of men überhaupt een euregionale identiteit wíl en of deze als meetlat van de tot nu toe behaalde resultaten i.v.m. grensoverschrijdende samenwerking kan gelden, aldus ministerpresident Lambertz.
Wat betreft de resultaten van grensoverschrijdende samenwerking, merkte Martin Eurlings, gedeputeerde van de Provincie Limburg (NL) en eveneens lid van het Euregio-bestuur op: “De Euregio Maas-Rijn is een wereldwijd voorbeeld op het gebied van de grensoverschrijdende gezondheidszorg.” Inderdaad wordt de in de regio sinds enkele jaren geldende grensoverschrijdende vrijheid van patiënten en ziekteverzekerden in Zwitserland en zelfs in Singapore met de grootste interesse opgevolgd.
Over de stelling dat de drie in de Euregio gesproken talen – Nederlands, Duits en Frans – de grootste hindernis vormen bij de grensoverschrijdende samenwerking, werd tegenstrijdig gediscussieerd. Volgens Ulrich Daldrup is het de taal die de grootste barričre vormt, terwijl Martin Eurlings meent dat men uit het taalprobleem grote mogelijkheden kan putten: “Als ik de talen van mijn buren begrijp resp. spreek heb ik een groot voordeel t.o.v. degenen die dit niet kunnen.”
Aan het einde van de business meeting, georganiseerd door de Sociëté St. Gerlach, merkte ministerpresident Karl-Heinz Lambertz op dat tal van culturele en sportevenementen zich graag met de naam “Euregio Maas-Rijn” opsmukken. “De Euregio Maas-Rijn is beslist een populair handelsmerk waaruit wij kunnen afleiden dat deze naam een positieve uitstraling heeft. Daar mogen wij trots op zijn!” aldus Lambertz. In het kader van het stijgende belang van de netwerkvorming (“Clustering”) binnen en buiten de Euregio Maas-Rijn concludeerde hij: “Volgens sommigen loopt de Euregio op haar einde. Ik stel: zij begint pas!”
www.soc-gerlach.com

| ----------------------------------------------------------------------------------------------------- | |||||
| © Stichting Euregio Maas-Rijn |